Wanneer kan een Bibob-advies worden aangevraagd?

Wanneer kan een Bibob-advies worden aangevraagd?

Volgens artikel 5a van de Wet Bibob kan een rechtspersoon met een overheidstaak het Bureau om advies vragen.

Een rechtspersoon met een overheidstaak kan het Bureau om een advies vragen over een natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie wordt of is aangegaan:

  1. alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie;
  2. in het geval dat bij een vastgoedtransactie is bedongen dat de overeenkomst kan worden opgeschort of ontbonden dan wel de rechtshandeling kan worden beëindigd indien zich één van de situaties, bedoeld in artikel 9, derde lid, voordoet, alvorens zich op die opschortende of ontbindende voorwaarde te beroepen.

Memorie van toelichting

In het nieuw voorgestelde artikel 5a wordt aan rechtspersonen met een overheidstaak de bevoegdheid gegeven om bij het aangaan van een vastgoedtransactie een advies aan het Bureau te vragen. Het advies kan worden gevraagd voorafgaand aan het aangaan van een vastgoedtransactie, dat wil zeggen voor het definitief afsluiten van een overeenkomst of het verrichten van een rechtshandeling. In dat geval wordt het advies pas aangevraagd als de onderhandelingen in een vergevorderd stadium zijn. Een negatief advies kan dan leiden tot het niet aangaan van de overeenkomst of de rechtshandeling. Ook is het mogelijk dat een opschortende of een ontbindende voorwaarde wordt opgenomen in een overeenkomst of dat de rechtshandeling kan worden beëindigd indien zich een voorwaarde voordoet. In dit geval wordt het advies aangevraagd nadat het contract is afgesloten of de rechtshandeling is verricht. Een negatief advies kan dan leiden tot opschorting of ontbinding van de overeenkomst of beëindiging van de rechtshandeling. Het wetsvoorstel laat in het midden welke gevolgen aan een eventuele ontbinding van de overeenkomst of beëindiging van de rechtshandeling moeten worden verbonden. Het ligt in de rede dat de overeenkomst onderscheidenlijk de rechtshandeling hiervoor een nadere uitwerking bevat.

In verband met de kenbaarheid is de rechtspersoon met een overheidstaak gehouden om tevoren duidelijk te maken aan de hand van welke criteria hij bepaalt of het Bibob-instrumentarium zal worden ingezet. In de algemene voorwaarden kan worden opgenomen dat een Bibob-toets, gelet op deze criteria, kan worden uitgevoerd. Verder vloeit uit artikel 32 van de Wet Bibob voort dat de betrokkene op de hoogte wordt gesteld van het feit dat bij het Bureau Bibob om een advies wordt verzocht. In de definitiebepaling (artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet Bibob) is aangegeven welke rechtspersonen met een overheidstaak een Bibob-advies kunnen aanvragen. Dit zijn dezelfde rechtspersonen die bij aanbestedingen Bibob kunnen toepassen.

Veelgestelde vraag: Kan bij het geven van toestemming voor de overdracht van een erfpachtrecht een Bibob-advies worden aangevraagd?

Nee, dat is niet het geval. De uitgifte van grond in erfpacht door een rechtspersoon met overheidstaak (A) is een vastgoedtransactie als bedoeld in de Wet Bibob en kan dus worden gescreend. De erfpachter (B) komt het recht toe om de grond het erfpachtrecht over te dragen (3:83 BW) aan een derde partij (C). In de akte van vestiging kan worden opgenomen dat voor deze overdracht toestemming nodig is van A. Het aanvragen van een advies door A over C naar aanleiding van het verzoek van B om toestemming voor de overdracht is om twee redenen onmogelijk. Allereerst is het geven van toestemming geen vastgoedtransactie in de zin van de Wet Bibob; het is slechts een opschortende voorwaarde voor de overdracht van het erfpachtrecht. Daarnaast is de overdracht een transactie tussen B en C, A is geen partij. Volgens artikel 5a Wet Bibob kan A alleen een advies aanvragen over de (rechts)persoon met wie een transactie is of wordt aangegaan. Tenslotte wordt gewezen op het gegeven dat A de mogelijkheden in het eigen onderzoek om informatie te vergaren (bijvoorbeeld via de Bibob-vragenlijst, politie-informatie of justitiële en strafvorderlijke informatie) alleen inzetten ten opzichte van de betrokkene. Ook dat is degene met wie een vastgoedtransactie is of zal worden aangegaan. (Overigens is het bovenstaande van overeenkomstige toepassing op ondererfpacht tussen B en C. A is daarbij geen partij en kan daarom geen advies over C aanvragen).

Vervolgvraag: Kan over partij C toch informatie worden verkregen via een Bibob-advies?

Ja, onder bepaalde omstandigheden kan A toch een advies aanvragen waar partij C onderdeel van is. Daarvoor is in ieder geval nodig dat:
  • bij het aangaan van de erfpachtrelatie met B is bedongen dat deze kan worden beëindigd indien zich een van de situaties zoals bedoeld in artikel 9, derde lid Wet Bibob voordoet (zie artikel 5a onder b. Wet Bibob), en
  • er tussen partij B en C een zakelijk samenwerkingsverband is. De eventuele antecedenten van C worden dan betrokken bij de beoordeling van het gevaar dat de oorspronkelijke erfpachtrelatie wordt gebruikt om uit strafbare feiten verkregen vermogen te investeren of om strafbare feiten te plegen. 

De uitkomst van het advies heeft weliswaar betrekking op misbruik van de oorspronkelijke vastgoedtransactie tussen A en B en dus niet op de enkele toestemming. Met het deel van het advies dat toeziet op C kan de rechtspersoon met overheidstaak zich echter wel een oordeel vormen over diens integriteit.